Het hoge aantal deelnemers geeft een helder beeld: duidelijk is dat
het met veel vogelsoorten nog niet goed gaat in ons land. Veranderingen
in ons landschap zorgen ervoor dat vogels steeds minder plekken vinden
voor voedsel en schuilplaatsen, wat hun overlevingskansen in de stad
verkleint. Het is gebruikelijk dat de huismus, die vaak in een groepje
van zeven leeft, de lijst aanvoert, hoewel het dit jaar spannend was.
‘Het aantal huismussen
in de afgelopen decennia meer dan gehalveerd. Ook het aantal getelde
merels is teruggelopen. Dat komt waarschijnlijk door het usutuvirus, dat
de merels al sinds 2016 treft’, aldus Vogelbescherming Nederland.
Sinds de start van de telling in 2003 heeft Vogelbescherming
Nederland een steeds beter beeld gekregen van de vogelpopulaties in de
winter rondom onze tuinen en balkons. Deze informatie is van groot
belang voor de bescherming van vogels. “Door onze tuinen
vogelvriendelijker in te richten met biologische inheemse beplanting,
kunnen we bijdragen aan hun leefomgeving,’ aldus Timo Roeke van
Vogelbescherming Nederland. ‘Overigens is het herstel van natuur in de
stad niet alleen belangrijk voor vogels, maar ook voor onze eigen
fysieke en mentale gezondheid.’
Hoorbaar
Voor het eerst werd de Nationale Tuinvogeltelling dit jaar door
heel Nederland met muzikale oproepen uit (kerk)torens aangekondigd.
Beiaardiers speelden zaterdag speciaal nummers als Alle duiven op de
Dam, De Vogeltjesdans, of Blackbird van The Beatles op hun
carillon. Gedachte achter de oproep: ‘Elke vogel telt’ bij de
Tuinvogeltelling. Maar ook: ‘De noodklok luidt.’
Tellingen per provincie
De meeste vogels werden geteld in Zuid-Holland. Daar bevonden zich 18.983 deelnemers en 228.384 getelde vogels.