Nederland weet niet precies hoeveel
honden, katten en konijnen er zijn, waar ze vandaan komen of hoe hun
levensloop is.
Dat concludeert het rapport Feiten en Cijfers Gezelschapsdieren,
een onderzoek door Hogeschool Van Hall Larenstein (HVHL), Aeres
Hogeschool Dronten en HAS green academy, in opdracht van het Ministerie
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Brede steun voor landelijke monitoring
Het rapport
laat zien dat er brede steun bestaat voor een landelijke monitoring,
maar dat op dit moment de gegevens over gezelschapsdieren versnipperd
zijn over tientallen organisaties, waardoor een compleet en actueel
beeld ontbreekt. Nauwkeurige cijfers helpen om bepaalde signalen te
toetsen, bijvoorbeeld als er signalen zijn dat er meer dieren naar
asielen worden gebracht in de zomer.
Het
ontbreken van een landelijk overzicht was voor LVVN de aanleiding om de
drie hogescholen te vragen te verkennen wat de wensen en haalbaarheid
zouden zijn van een nationaal monitoringssysteem. Uit gesprekken met
overheden, brancheorganisaties, opvangcentra en kennisinstellingen
blijkt dat de behoefte aan betrouwbare data groot is, onder andere voor
beleid, toezicht en dierenwelzijn.
Draagvlak voor overkoepelend systeem
De onderzoekers concluderen dat er
draagvlak is voor een overkoepelend systeem. De grootste uitdagingen
liggen in samenwerking, vertrouwen, de kwaliteit van de data,
privacywetgeving en kosten. “Vertrouwen tussen partijen is cruciaal,”
zegt onderzoeksleider en associate lector Dier en Omgeving
Marko Ruis van HVHL. “De techniek is er, maar het vraagt durf om
databronnen verantwoord te verbinden. Tevens is er nog echt meer
onderzoek nodig om de uitdagingen beter in beeld te krijgen.”
Van versnippering naar samenwerking
Volgens
het onderzoek bestaan er in Nederland al vele deelregistraties, van
chipregistraties tot asieldata en veterinaire databases, maar ontbreekt
een structuur die deze gegevens samenbrengt. Een nationale
huisdierenmonitor zou deze bronnen kunnen koppelen en zo inzicht bieden
in aantallen, dierstromen en welzijnsaspecten.
Advies
De onderzoekers adviseren om te starten met honden en katten, en de monitoring later uit te breiden naar andere diersoorten. Ook pleiten zij voor een onafhankelijke beheerorganisatie, die kwaliteit en privacy borgt en op termijn een publiek dashboard kan ontwikkelen. Wel is het belangrijk om eerst een gedetailleerde analyse per stakeholder te doen, om onder andere de kwaliteit van de data, de systeemeisen, de knelpunten en mogelijkheden beter te begrijpen. Daarnaast wordt het koppelen van data van commerciële partijen met niet-commerciële partijen niet als kansrijk gezien.
Brede steun, maar vervolgstap vergt nader onderzoek
Stakeholders
zien de meerwaarde van één betrouwbaar systeem voor beleid, toezicht en
bewustwording. Het ministerie erkent die waarde, maar gezien de
verwachte hoge kosten en het niet makkelijk kunnen koppelen van data van
commerciële en niet-commerciële partijen wordt geen vervolgonderzoek
opgestart, omdat op korte termijn de verwachte resultaten niet direct
bijdragen aan de beleidsdoelen.
“De wens blijft,” aldus Ruis. “Want hoe mooi is het als we met een samenwerking van verschillende partijen kunnen bouwen aan een betrouwbaar beeld van onze gezelschapsdieren?”