Een gebied met winterse neerslag trekt van west naar oost over het land. Op veel plaatsen is het verraderlijk glad als gevolg van ijzel.
Verder landinwaarts zal de sneeuw geleidelijk overgaan in ijzel. In de westelijke helft van het land gaat de ijzel over in regen en verdwijnt de gladheid in de loop van de ochtend. In het oosten van het land sneeuwt of ijzelt het dan nog enige tijd en kan de gladheid tot aan het einde van de ochtend aanhouden.