Iedere week schrijft de burgemeester een column over een actueel
onderwerp en deelt hij zijn gedachten hierover met Nijmegen. Deze column
is van afgelopen weekend en gaat over wijkcentra.
Deze week viert ons wijkcentrum Titus Brandsma aan de Tweede Oude
Heselaan het 50-jarig bestaan. Een bijzondere mijlpaal die ik graag met
de bewoners van Oud-West en de medewerkers mee vier. Wijkcentra zijn
een plek voor ontmoeting, activiteiten en steun in de wijk. Verspreid
over de stadsdelen hebben wij allerlei gemeentelijke gebouwen en plekken
waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten en mee kunnen doen aan
activiteiten. Wijk- en jeugdcentra, sportzalen, -hallen en -velden,
speeltuinen en kinderboerderijen. Ze zijn er voor alle Nijmegenaren.
In
het wijkcentrum kunnen buurtbewoners terecht voor een kop koffie en een
praatje, cursussen, beweegactiviteiten, taallessen, informatie en
advies. Zo zijn de wijkcentra al jarenlang de thuisbasis voor De Opstap,
Step en STAAD, zitten er STIPS en werken er allerlei sociale en
vrijwilligersorganisaties. Als gemeente organiseren wij hier ook
regelmatig overleggen en bewonersbijeenkomsten.
Daarnaast kunnen
we wijkcentra inzetten in crisistijd. Als bewoners bijvoorbeeld
opgevangen moeten worden vanwege een grote brand bijvoorbeeld. En
tijdens de energiecrisis konden mensen er terecht om op te warmen. In de
toekomst willen we ze ook gaan gebruiken als informatie- en hulppunt,
als er bijvoorbeeld een grootschalige stroomstoring is, of andere
calamiteiten die het dagelijks leven flink verstoren.
Buurthuizen
zijn er al langer. In de jaren ’30 ontstonden in Nijmegen en andere
steden ‘Don Boscohuizen’, die door paters en broeders werden geleid.
Vooral in wijken waar mensen het minder goed hadden. Ze waren bedoeld
als een soort jeugdhonk waar men bij wilde dragen aan de opvoeding en
ouders daarbij te ondersteunen. In de jaren ’50 waarin de naoorlogse
bevolking fors groeide, zag onze gemeente hun waarde in voor een beter
leven en sociale binding en gaf subsidie. Er kwamen buurthuizen in
nieuwe woonwijken bij. In de jaren ’60 ging een stichting de buurthuizen
beheren, namens de gemeente. En inmiddels doen wij dat al jarenlang
zelf.
Het is belangrijk dat onze wijkcentra met de tijd meegaan.
Een voorbeeld: om bij te dragen aan gezond leven, bieden wij een
gezondere keuze aan drankjes en hapjes. Steeds meer is biologisch, zelfs
het bier. Bewoners stellen een biertje of drankje op zijn tijd nog
steeds op prijs. Met mate kan dat dus nog. We zorgen er ook voor dat het
aanbod voor iedereen betaalbaar blijft. In de komende jaren gaan we de
wijkcentra verduurzamen en opknappen. Onlangs is het Oude Weeshuis al
prachtig opnieuw ingericht en nu gaan we aan de slag met de Daalsehof.
Ik ben trots op alle wijkcentra. En wat mij altijd weer opvalt: onze
medewerkers zijn zo mogelijk nog trotser op ‘hun’ wijkcentrum. Er is
geen beter visitekaartje! We willen dat zoveel mogelijk Nijmegenaren nog
lang van de wijkcentra kunnen genieten. Want in een groeiende stad
wordt ontmoeting en verbinding in de buurt misschien nog wel
belangrijker.