
Waar: Politierechter Overijssel (locatie Zwolle).
Waarom: Een (oproep)postbode zou in Deventer bijna een jaar lang poststukken hebben verduisterd en in zijn box hebben gezet.
Uitspraak: Schuldig.
Het zinde Kevin* niet dat Tante Pos hem geen vaste wijk met meer uren wilde geven. En dus besloot de oproeppostbode om een deel van ‘zijn’ post achter te houden. Niets wijst erop dat zijn bezorgwijk in Deventer een gemis voelde en zijn beklag deed en ook de speurneuzen van PostNL viel niets op, maar de huismeester van het studentenhuis van S. viel wél iets op toen hij vorig jaar op een oktoberdag in de berging was. Zijn oog viel op negen goed gevulde postzakken. Politie erbij en Kevin zat subiet zonder oproepbaan, “maar als die huismeester er niet was geweest, dan hadden er inmiddels heel wat meer postzakken gestaan. Of niet?”, vraagt de Zwolse politierechter Paul Nieuwenhuis retorisch aan het begin van de zitting.
Bezorgen
Kevin heeft volgens het Openbaar Ministerie tussen november 2013 en oktober 2014 talloze poststukken verdonkeremaand. “U wordt verdacht van verduistering in dienstbetrekking. Heeft de officier van justitie een punt; hebt u dat gedaan?”, vraagt politierechter Nieuwenhuis. Hij kent het antwoord al, want Kevin heeft tegenover de politie schuld bekend. Maar Kevin bevestigt het nog maar eens: “Ja.” “Op hoeveel momenten hebt u besloten om de post niet te bezorgen en in de berging te zetten”, wil de politierechter weten. Dat moet zo’n tien keer zijn geweest, aldus de timide Kevin. “Het gekke is dat u wel op zo’n dag post bezorgde, maar niet alles. De rest nam u dus mee naar huis. U hebt zich nooit gerealiseerd dat dat helemaal niet in de haak was?” Kevin wist het wel, maar ook weer niet, want hij was ongelukkig en gefrustreerd.
Rouwkaarten
Wist Kevin welke post hij in de berging verstopte? “Nota’s van bedrijven, rouwkaarten, verkeersboetes?”, wil officier van justitie Hans van Term weten. “Zou kunnen, ik weet het niet. Ik heb er nooit naar gekeken. De eerste twee keer heb ik de rouwkaarten eruit gehaald en wel bezorgd, maar daarna heb ik er niet meer naar gekeken.” Hij heeft nog nooit eerder met justitie te maken gehad en volgens de reclassering is de kans op herhaling klein, stelt de politierechter vast. “Hebben ze dat goed gezien? Gaat u niet weer zoiets verkeerds doen?” De reclassering heeft het goed gezien, aldus Kevin. “Hoe weten we dat zo zeker?”, vraagt rechter Nieuwenhuis. “Omdat ik weet wat ik fout heb gedaan en daaraan werk. Ik schaam mij. Ik vind het moeilijk om mijn problemen onder ogen te zien”, zegt Kevin. Hij heeft zich vrijwillig gemeld bij GGNet in Apeldoorn voor contact met een psychiater. “Ik maak kleine vorderingen.” De reclassering stelt geen contact voor, maar zou dat toch niet nuttig zijn, oppert politierechter Nieuwenhuis. “Als ik u dat contact opleg, kunt er dan mee leven?” “Als u denkt dat het goed voor mij is.”
Ouders
Waar hij woont, hoe zijn dag eruit ziet, waar hij van leeft, officier van justitie Hans van Term wil het allemaal van Kevin weten. “Hebt u nog contact met uw ouders?” “Ja.” “Helpen zij?” “Nee.” “Waarom niet?” “Omdat ik ze niet over mijn problemen heb verteld.” “Weten ze dat u hier bent?” “Nee.” “Hoe komt dat?” “Ik heb het niet verteld.” “Waarom niet?” “Ik weet niet waarom; ik kan het niet.” “Ik neem aan dat ze geïnteresseerd zijn in uw welzijn.” “Ja, dat klopt.” “Toch hebt u het niet verteld. Dus u weet niet of ze u kunnen helpen.” “De psychiater heeft mij ook verteld dat ik het moet zeggen.” Geen vragen meer. Officier van justitie Van Term zegt een dergelijke zaak niet vaak bij de hand te hebben gehad: een postbode die de post niet weggooit of inpikt, maar een jaar lang achterhoudt. Hij zegt: “Het is voor u een geluk dat de gedupeerden kennelijk niet zijn aangeschreven met de vraag of ze schade hebben geleden, want die schade kan aanzienlijk zijn. U hebt een eerlijk verhaal verteld en dat pleit voor u. Ik wens u toe dat u uit uw problemen komt. Neem van mij aan dat een gesprek met ouders heel verhelderend kan zijn. Hoewel u geen justitiegeschiedenis hebt, vind ik een forse werkstraf toch op zijn plaats. Wat u namelijk hebt gedaan, mag niet en kan niet. Ik vraag negentig uur werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een meldplicht bij de reclassering.”
Vrijheid
Kevins raadsman Henk Tadema maakt geen punt van de feitelijke gang van zaken, maar wel van de juridische. “In het proces-verbaal zegt de politie: ‘U bent al vaker door anderen gewaarschuwd dat u niet tot antwoorden verplicht bent.’ Ik zie in het dossier niet terug wie dat waren. Mijn cliënt is niet gewaarschuwd. De politie heeft hem verklaringen voorgelegd die hij verplicht had beantwoord. Hoe kun je in vrijheid beslissen om wel of niet in vrijheid mee te werken als er al confronterende verklaringen zijn die de werkgever heeft afgedwongen? Daarom behoort geen rekening gehouden te worden met de verklaringen die hij heeft afgelegd bij de politie.” Bovendien vindt raadsman Tadema dat er geen sprake is van ‘verduistering in dienstbetrekking’, zoals de officier van justitie betoogt. Hij zegt: “Verduistering in dienstbetrekking draait om de bankemployee die zijn bank oplicht. Hier gaat het om iemand die geen dienstbetrekking heeft bij de eigenaar, namelijk de ontvanger van de poststukken. Hij heeft deze ook niet onder zich gehouden om er beter van te worden, en dat is wel een onderdeel van het artikelen 321 en 322 uit het Wetboek van Strafrecht waarop de officier zich beroept. Daarmee is het delict dat de officier in zijn dagvaarding heeft opgenomen niet gepleegd. De feiten kunnen wel bewezen worden verklaard, maar niet worden gekwalificeerd zoals de officier van justitie voor ogen heeft.”
Vertrouwen
Politierechter Paul Nieuwenhuis acht verduistering wel degelijk bewezen. Hij zegt: “Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun post wordt bezorgd. Post waar ze wel of niet op zitten te wachten, maar die van grote invloed op hun leven kan zijn. Als je de post in je berging legt, om wat voor reden dan ook, dan beschaam je dat vertrouwen. Ik vind dat schokkend, ook dat het zo lang heeft geduurd.” Dat de post niet van PostNL is maar van de ontvangers, doet er niet toe. De rechter: “De post is van de afzender of de geadresseerde. Omdat u die post hebt weggemaakt, hebt u zich in mijn ogen schuldig gemaakt aan verduistering.” En de verdachte heeft wel degelijk in vrijheid kunnen beslissen of hij aan het politieonderzoek zou meewerken. “U mocht zwijgen, maar dat hebt u niet gedaan. Niet omdat u niet vrij was, maar omdat u, denk ik, wilde vertellen wat er is gebeurd.” Hij legt Kevin S. honderd uur werkstraf op, waarvan dertig voorwaardelijk, en een verplicht contact met de reclassering.
* De namen zijn om privacy redenen gewijzigd