Elk jaar op 1 juli wordt tijdens Keti Koti stilgestaan bij het
slavernijverleden én de afschaffing ervan in Suriname en het Caribisch
deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
In 2025 vindt de herdenking voor de derde keer plaats in onze stad. Ter ere van de herdenking zal de vlag dit jaar halfstok hangen op het stadhuis.
Activiteiten
Op
zondag 29 juni is het Keti Koti / Kadena Kibrá festival in De
Achtertuin bij de Nyma. Er is een veelzijdig programma met muziek,
kunst, dans, een markt en foodtrucks. Er worden verhalen verteld,
workshops gegeven en er zijn panelgesprekken en interviews. Het festival
is gratis. Kijk voor meer informatie op
intonijmegen.com Op
maandag 30 juni wordt het slavernijverleden herdacht met een
bijeenkomst in het stadhuis, georganiseerd door Stemmen uit Nijmegen.
Deze initiatiefgroep is opgericht om aandacht te vragen voor het
koloniaal en slavernijverleden, ook in relatie tot de stad Nijmegen. Er
worden verhalen verteld en er is muziek. Deze bijeenkomst is gratis. U
bent welkom vanaf 19.00 uur bij de inloop, het programma start om 19.30
uur.
Gratis toegang Valkhof Museum
Speciaal voor Keti Koti opent het Valkhof Museum op zowel
30 juni als 1 juli de deuren met gratis toegang. Bezoekers kunnen de
tentoonstelling 'Bittere Oogst – Een Surinaamse plantage in Nijmegen'
bekijken, die inzicht geeft in het slavernijverleden. Kijk op
valkhofmusem.nl voor meer informatie.
Over Keti Koti
Keti Koti (spreek uit: kittie kottie) betekent ‘verbroken ketenen’ en verwijst naar de boeien waarmee tot slaaf gemaakten werden vastgezet. Soms wordt Keti Koti ook Kadena
Kibrá genoemd. Keti Koti is de Surinaamse (Sranantongo) term. Kadena
Kibrá is de Papiamentse term, met dezelfde betekenis, en wordt gebruikt
in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Tijdens Keti Koti staan
twee zaken centraal: de herdenking van de slachtoffers van slavernij, de
viering van de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli
1863. Hoewel de slavernij juridisch werd afgeschaft in 1863, moesten
veel tot slaaf gemaakten daarna nog tien jaar onder staatstoezicht
blijven werken. Volledige vrijheid kwam dus pas in 1873.